Soevereiniteit. Het klinkt bijna poëtisch. Een beetje statig misschien. Maar bovenal belangrijk. Toch is het, net als het milieu of belastinghervormingen, zo’n onderwerp waar we pas écht iets mee doen zodra het niet anders meer kan. Terwijl de grote techreuzen met indrukwekkende snelheid steeds meer grip krijgen op ons digitale leven, blijft onze reactie verrassend mild – of misschien beter gezegd, gemakzuchtig.
Soevereiniteit lijkt niet te beklijven. Niet bij burgers. Niet bij bedrijven. En zelfs niet altijd bij overheden. Terwijl we dagelijks lezen over de nieuwste AI-innovaties, het verzamelen van gebruikersdata en de zoveelste security breach, gebeurt er op structureel niveau opvallend weinig. Waarom? Omdat het alternatief lastig is. Duur. Traag. En vaak gewoon niet zo aantrekkelijk.
Toch is het goed om het er wél over te hebben. Niet met het vingertje, niet in de vorm van dramatische doemscenario’s, maar gewoon door te kijken naar wat er speelt – en vooral waarom het zo moeilijk is om in actie te komen.
We weten het eigenlijk wel
Niemand hoeft je vandaag nog uit te leggen dat grote techbedrijven ontzettend veel macht hebben. Ze beheren niet alleen onze mailboxen en agenda’s, maar ook steeds vaker onze werkprocessen, klantdata, interne communicatie en – jawel – screenshots van onze schermen.
Met de komst van tools als Copilot Vision gaat het allemaal nog een stapje verder. Screenshot hier, analyse daar – alles zogenaamd om ons beter van dienst te zijn. En de argumenten klinken vaak best logisch. Efficiënter werken, minder zoeken, slimmere assistentie. Wie wil dat nou niet?
Maar ergens wringt het. Want wat wordt er precies opgeslagen? Waar gaat het heen? En misschien nog wel belangrijker: kan ik dit überhaupt uitzetten? (Dat kan, maar alleen tijdelijk. Na een paar dagen is alles weer terug.)
Zelfs als je redelijk digitaal onderlegd bent, kost het je al snel een halve werkdag om uit te pluizen wat een tool nu precies doet met je data. En dat is precies het probleem. Zolang het ongrijpbaar blijft, blijft ook de weerstand uit.
Europese wetgeving goedbedoeld
We hebben natuurlijk wetgeving. In de EU zijn we trots op onze AVG, onze privacywaakhonden, en de kersverse AI Act. En terecht – het zijn belangrijke stappen. Maar ze zijn ook lastig te handhaven in de praktijk.
Want stel je voor: jij bent een ondernemer met 50 medewerkers. Je gebruikt Microsoft 365, Teams, OneDrive. Je denkt redelijk veilig te zitten. Dan lees je ineens dat er met Copilot ook scherminformatie naar Microsoft-servers wordt gestuurd. Wat doe je dan? Ga je op zoek naar alternatieven? Bel je je IT-leverancier? Of hoop je maar dat het allemaal wel meevalt?
Voor de meeste organisaties geldt het tweede en derde antwoord. Simpelweg omdat er zelden tijd, budget of kennis is om het volledig uit te zoeken. En dus blijven we hangen in een comfortabele afhankelijkheid, waar niemand écht blij mee is – maar waar ook niemand echt uit wil stappen.
De illusie van alternatieven
"Dan stap je toch gewoon over op een Europees alternatief?"
Dat klinkt stoer. Principieel ook. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan.
De meeste Europese alternatieven – hoe sympathiek ook – halen het qua gebruiksgemak, integratie en schaalbaarheid gewoon nog niet bij hun Amerikaanse concurrenten. Zelfs als het alternatief technisch goed is, zijn er vaak zorgen over continuïteit, ondersteuning of... toch weer dataverwerking in de VS. Want ja, veel "Europese" aanbieders hosten hun data alsnog op Azure of AWS. En voor je het weet, ben je weer terug bij af.
En dan is er nog iets, je hele digitale infrastructuur omgooien is gewoon peperduur. Zeker als je al jaren werkt binnen een Microsoft-ecosysteem. Overstappen naar iets nieuws betekent investeren in opleiding, implementatie en vooral: in tijd. Tijd die er zelden is in de hectiek van de dagelijkse operatie.
Soevereiniteit in theorie vs. praktijk
Soevereiniteit klinkt als iets van landen, vlaggen en grenzen. Maar in het digitale tijdperk gaat het vooral over controle. Over weten waar je data staat. Wie erbij kan. Wat ermee gebeurt. En wie daar de regels voor bepaalt.
In theorie willen we allemaal meer controle. Maar in de praktijk... laten we het los. Want zolang het niet zichtbaar misgaat, is er geen directe noodzaak om iets te veranderen.
En dat is het lastige aan digitale soevereiniteit: het is een beetje als een verzekering. Je hebt het pas nodig als het te laat is. En tot die tijd lijkt het vooral een kostenpost zonder directe opbrengst.
"Ze" zijn niet alleen in china
Als we beelden zien van gezichtsherkenning op straat in China, of van social credit systemen, dan fronsen we collectief onze wenkbrauwen. Maar ondertussen gebruiken we zelf zonder veel zorgen vingerafdrukken om te ontgrendelen, delen we gezichtsdata met onze smartphones en geven we toestemming voor stemherkenning bij klantenservices.
Onze apparaten weten inmiddels meer over ons dan de meeste mensen in onze omgeving. Ze weten wanneer we slapen, waar we zijn, met wie we praten en wat we denken te kopen.
Dat is geen denkbeeldige overdrijving – dat is gewoon hoe moderne technologie werkt. De grens tussen gebruiksgemak en controle vervaagt razendsnel. En we lopen erin met open ogen, zolang het ons maar iets oplevert.
Wat zou Europa kunnen doen?
Er ligt, hoe gek het ook klinkt, een enorme kans voor Europa. Juist omdat we een ander model kunnen neerzetten. Minder gericht op winst, meer op waarden als privacy, transparantie en controle. Maar dan moeten we wel durven.
Durven investeren. In onderzoek, in innovatie, in digitale infrastructuur. En vooral: durven kiezen voor lange termijn in plaats van korte winst.
Dat vraagt lef. Niet alleen van overheden, maar ook van bedrijven. Van ondernemers die het gesprek aangaan met hun IT-partners. Die zich afvragen of "gratis" software echt gratis is. En die – al is het met kleine stappen – proberen minder afhankelijk te worden van Big Tech.
Maar... gaat het gebeuren?
Als je het nu vraagt, is het antwoord waarschijnlijk: nee. Of in elk geval niet snel.
De urgentie is weggezakt. Het stof van de AI-hype is wat neergedaald. De wereld draait door. We hebben weer andere dingen om ons druk over te maken – inflatie, personeelstekort, geopolitiek.
En dus blijft het bij af en toe wat verontwaardiging op sociale media. Een kritische column hier en daar. En vervolgens weer terug naar Teams, Outlook en Copilot. Want ja, het werkt wel lekker.
We kunnen wel, maar we willen nog niet
Soevereiniteit – het blijft een mooi woord. Maar zolang het niet verplicht is, zolang het niet knelt, blijft het iets voor beleidsnota’s en paneldiscussies. We willen best investeren, maar liever pas als het moet. Net als met duurzaamheid. Net als met cybersecurity. Net als met ethiek in AI (die waarschuwing bespaar ik je vandaag verder).
Toch zou het goed zijn als we het gesprek openhouden. Niet om elkaar schuldig te laten voelen, maar om realistisch te blijven. We weten waar de risico’s liggen. We weten dat gemak zelden neutraal is. En we weten dat we eigenlijk iets moeten doen.
Dus nee, je hoeft morgen niet meteen je hele IT-stack om te gooien. Maar stel jezelf eens de vraag: hoe afhankelijk ben ik eigenlijk? En: wat zou ik doen als ik morgen echt moest kiezen?