Onze Vader en de Autoriteit Persoonsgegevens

Ik zit heel regelmatig op een bankje in de kerk en luister dan naar de woorden die een predikant vertelt. Niet omdat ik nu direct geloof in een god maar omdat de verhalen me richting geven en ik erg kan genieten van de sociale samenhang binnen een kerk. Wanneer je dan een predikant treft die je een keer niet kan boeien dan kan het zomaar zo zijn dat je hoofd aan de haal gaat met verschillende onderwerpen waar dan weer interessante gedachten uit voort kunnen komen. Zo ook deze keer.

Het mooie van een afdwalende gedachte is dat je nooit weet waar je uitkomt. De ene keer denk je aan wat er vanavond op tafel moet komen. De andere keer vraag je je af of je de achterdeur wel op slot hebt gedaan. En soms kom je terecht bij een vraagstuk waarvan je zelf ook niet helemaal begrijpt hoe je er bent beland.

Een bijzondere zaak voor de AVG

De afgelopen zondag brachten mijn gedachten mij bij privacy.

Dat klinkt misschien niet als een onderwerp waar een kerkbank spontaan om vraagt. Toch gebeurde het. Terwijl de woorden vanaf de kansel door de ruimte zweefden, vroeg ik me ineens af hoe Jezus eigenlijk zou aankijken tegen onze moderne privacywetgeving.

Sterker nog, als Jezus leeft hoe zit dat dan met de schaamteloze privacyschendingen die hij dagelijks te verduren krijgt. Schaamteloos omdat we alle zaken die in onze AVG als bijzondere persoonsgegevens benoemen van Jezus zonder enig schroom delen met iedereen zonder dat de autoriteit persoonsgegevens handhavend optreed.

Nu weet ik ook wel dat de Autoriteit Persoonsgegevens andere prioriteiten heeft dan het controleren van kerkdiensten op zondagochtend. Toch is het een gedachte die zich lastig laat wegsturen als hij eenmaal is binnengewandeld.

Het meest publieke gebed ter wereld

Iedere dienst bidden we het Onze Vader hardop. De bekendste versie van het Onze Vader staat in Evangelie volgens Matteüs, midden in de Bergrede. Matteüs 6:9–13 staat midden in de Bergrede, waar Jezus onderwijst over rechtvaardigheid, geloof en het geestelijke leven. Het gebed wordt gepresenteerd als een voorbeeld van oprechte gebedspraktijk, in contrast met uiterlijk vertoon of eindeloze herhalingen.

Dat gebed wordt wereldwijd uitgesproken. Hardop. In groepen. Via livestreams. Soms zelfs met een microfoon waarvan het volume zo enthousiast staat ingesteld dat de mensen in de volgende provincie kunnen meebidden.

Wie er even met de bril van privacy naar kijkt, ziet iets opmerkelijks. We delen zonder enige terughoudendheid informatie over iemands geloofsovertuiging, zijn religieuze positie, zijn familiebanden en zijn diepste overtuigingen. Als een willekeurige medewerker van een bedrijf dergelijke gegevens van een klant op deze schaal zou publiceren, dan zou de juridische afdeling vermoedelijk een lichte vorm van hartklopping ontwikkelen.

Maar bij Jezus doen we dat al tweeduizend jaar. Nog interessanter wordt het wanneer je kijkt naar de context waarin het Onze Vader wordt geïntroduceerd.

In het kader van mijn vraag over privacy en de AVG: het Onze Vader wordt in Matteüs voorafgegaan door Jezus’ oproep om juist niet opzichtig te bidden, maar je terug te trekken en te bidden “in het verborgene” (Matteüs 6:5-6). Dat gedeelte wordt soms gezien als een sterke waardering van een persoonlijke, niet-publieke sfeer tussen mens en God.

Daar zit iets fascinerends in.

Enerzijds is het Onze Vader misschien wel het meest publieke gebed ter wereld geworden. Anderzijds wordt het voorafgegaan door een oproep om juist niet te veel van je geloofspraktijk op het dorpsplein uit te stallen.

De actualiteit

Dat is een spanning die verrassend actueel voelt.

We leven immers in een tijd waarin steeds meer van ons leven zichtbaar wordt. Sociale media moedigen ons aan om te delen waar we zijn, wat we eten, wat we denken en hoe gelukkig we zijn. Bij voorkeur allemaal tegelijk.

Misschien was Jezus, als hij vandaag een privacyfunctionaris was geweest, wel begonnen met dezelfde boodschap: zoek af en toe een rustige plek op waar niet alles zichtbaar hoeft te zijn.

Niet omdat geheimzinnigheid een deugd is, maar omdat niet alles bedoeld is voor publiek gebruik.

Sommige zaken krijgen juist betekenis doordat ze niet voortdurend worden tentoongesteld. Een goed gesprek tussen vrienden. Een moment van twijfel. Een gebed. Een verdriet. Een overtuiging die nog niet helemaal af is.

Misschien is privacy uiteindelijk niet alleen een juridisch begrip. Misschien is het ook een menselijke behoefte. Een ruimte waarin gedachten kunnen rijpen voordat ze worden beoordeeld. Een plek waar je kunt zoeken zonder direct gevonden te worden.

Dat idee spreekt mij eigenlijk meer aan dan alle juridische definities bij elkaar.

Wat zou Jezus ervan vinden?

De AVG gaat over bescherming van persoonsgegevens. Een nobel streven. Maar achter die regels schuilt een veel oudere gedachte: mensen hebben recht op een eigen binnenwereld.

Dat geldt voor werknemers, klanten, burgers en wellicht zelfs voor figuren die al tweeduizend jaar onderwerp van gesprek zijn.

Of Jezus zelf bezwaar zou maken tegen al die openbaar gedeelde informatie weet ik niet. Ik vermoed van niet. Hij had volgens de overlevering wel belangrijkere zaken aan zijn hoofd.

Maar de gedachte bleef bij mij hangen. Niet zozeer wat de AVG van Jezus zou vinden, maar wat Jezus misschien van onze omgang met privacy zou vinden.

En terwijl de dienst ten einde liep, vond ik dat eigenlijk een veel interessantere vraag. Sommige preken zetten je aan het denken door wat er gezegd wordt. Andere door wat er niet gezegd wordt.

Ook dat is een vorm van inspiratie.

Laat een reactie achter:

Je e-mailadres zal niet worden gepubliceerd.

Site Footer