We zijn de draad kwijt

Ik moest de afgelopen dagen denken aan een eenvoudige gedachte. Wanneer de mensheid maanden tot jaren bezig is met het bouwen van een huis en wanneer er een God zou bestaan die in zes dagen tijd een hele wereld heeft geschapen en de mensheid naar zijn evenbeeld, dan kan het niet anders dan dat er wat weeffoutjes zitten in het ontwerp.

Dat leek mij jarenlang eigenlijk een heel redelijke conclusie. Tot vandaag.

Het is 11 juli 2026 en een rondje over de website van de NOS leert mij dat er een paar mannen met te veel macht er genoegen in scheppen mensen te doden. Dat er voor het eerst meer mensen zijn overleden dan zijn geboren. Dat er een onveilige situatie is in Ter Apel. Dat we vrij weinig lijken te snappen van de periode waarin we vruchtbaar zijn. Dat we met satellieten gaan proberen onze groenten en fruit sneller te laten groeien door een reflector in de ruimte. En tot slot kunnen we al dat moois dat nu in een datacentrum wordt geproduceerd door AI straks niet meer gebruiken, omdat de chips te duur worden voor onze smartphones en laptops. AI heeft nu eenmaal heel veel chips nodig.

Laat het even op je inwerken. Liefst in precies die volgorde.

Misschien waren de weeffoutjes heel klein bedoeld. Een beetje eigenwijsheid, zodat we niet allemaal hetzelfde zouden denken. Een vleugje ambitie, zodat er nog iets gebouwd werd. Een gezonde dosis nieuwsgierigheid, zodat iemand ooit bedacht dat een wiel handiger is dan een boomstam.

Alleen hebben wij mensen de bijzondere gave om van een klein steekje een compleet tapijt te maken. Eigenwijsheid werd koppigheid. Ambitie werd hebzucht. Nieuwsgierigheid werd de overtuiging dat alles wat kan, ook moet. En ergens onderweg zijn we gaan denken dat een satelliet boven een groenteveld een logischer oplossing is dan gewoon goede grond onder onze voeten.

Dan bekruipt mij ineens een andere gedachte. Er is helemaal geen weeffoutje gemaakt. Wij zijn gewoon volledig het spoor bijster. Van de pot gerukt zelfs.

Vooruitgang zonder richting

Dat klinkt misschien wat stevig, maar probeer het eens rustig te bekijken. We beschikken over meer kennis dan ooit. We hebben meer techniek dan ooit. We kunnen ziektes genezen waar onze grootouders alleen maar op konden hopen. We praten moeiteloos met iemand aan de andere kant van de wereld en laten een computer binnen enkele seconden een afbeelding maken waar vroeger een tekenaar een week voor nodig had.

En ondertussen krijgen we het niet voor elkaar om elkaar heel te laten.

Dat is toch een opmerkelijke balans. Alsof we een steeds grotere gereedschapskist bouwen zonder ooit nog de gebruiksaanwijzing van onszelf te lezen.

We lijken ervan overtuigd geraakt dat het leven maakbaar moet zijn. Alsof elk ongemak een softwarefout is die met een update kan worden opgelost. Alsof techniek uiteindelijk het antwoord wordt op onze diepste wens naar onsterfelijkheid én onze steeds groter wordende behoefte aan gemak.

Bijzonder eigenlijk. Het lijkt erop dat we steeds kwetsbaarder worden naarmate we meer sleutelen aan de aarde en aan onszelf.

We bouwen hogere dijken, maar lijken minder bestand tegen een tegenslag. We ontwikkelen slimmere telefoons, maar voeren steeds dommere gesprekken. We maken kunstmatige intelligentie steeds intelligenter, terwijl natuurlijke wijsheid soms moeilijk te vinden is.

Gereedschap is geen levensfilosofie

Misschien is vooruitgang wel iets anders dan harder kunnen. Misschien is vooruitgang ook weten wanneer je ergens vanaf moet blijven.

Dat is geen pleidooi tegen techniek. Integendeel. Ik houd van techniek. Mooie oplossingen kunnen me nog steeds oprecht blij maken. Er zit schoonheid in iets dat goed bedacht is. Maar techniek is een prachtig stuk gereedschap en een beroerde levensfilosofie.

De waarde van aandacht

Dat is misschien wel de grootste armoede van deze tijd.

We praten eindeloos over efficiëntie, productiviteit en groei. Veel minder over waardigheid, verantwoordelijkheid en aandacht. Terwijl juist die laatste drie ervoor zorgen dat mensen geen middelen worden, maar mensen blijven.

Luisteren is daar een mooi voorbeeld van.

Echt luisteren is tegenwoordig bijna een vorm van verzet geworden. Niet luisteren om alvast een antwoord te bedenken, maar luisteren omdat de ander iets kan zeggen wat jouw eigen wereld net een beetje groter maakt.

Dat vraagt geen snellere processor. Dat vraagt geduld. En misschien ook wat bescheidenheid.

De draad weer oppakken

Want wij mensen hebben een indrukwekkend talent ontwikkeld om onszelf bijzonder belangrijk te vinden. Alsof de aarde op ons zit te wachten. Terwijl de geschiedenis eerder laat zien dat de aarde ons prima overleeft.

Dat relativeert heerlijk.

Misschien hoeven we niet alles op te lossen. Misschien hoeven we niet overal controle over te krijgen. Misschien hoeven we niet elke natuurlijke grens als een persoonlijke belediging te beschouwen. Misschien is een goed leven wel veel eenvoudiger.

Een goed gesprek aan tafel. Een wandeling zonder haast. Een maaltijd waar tijd in zit. Een kind dat een vraag stelt waar je geen antwoord op hoeft te hebben. Een vriend die blijft zitten nadat de koffie op is. Een dag waarop niemand iets hoeft te verkopen.

Dat soort momenten haalt het NOS Journaal zelden.

Gelukkig maar. Want juist daarin ontdek ik steeds opnieuw dat betekenis zich slecht laat organiseren en nog slechter laat commercialiseren.

De wereld zal morgen waarschijnlijk niet ineens verstandiger zijn. De machthebbers zullen niet spontaan nederig worden. AI zal niet besluiten wat minder stroom te gebruiken. En er zal vast weer iemand bedenken dat een satelliet ook nog een extra spiegel kan meenemen.

Maar wij mogen iedere dag opnieuw kiezen hoe we zelf in die wereld staan.

Laat een reactie achter:

Je e-mailadres zal niet worden gepubliceerd.

Site Footer