Op mijn vorige blog kreeg ik een reactie die eigenlijk prachtig laat zien hoe vakidioten soms met elkaar communiceren. De reactie stond bol van de vaktermen en, eerlijk gezegd, ik moest hem een paar keer lezen voordat ik dacht te begrijpen wat er bedoeld werd. Voor de gemiddelde lezer was dat waarschijnlijk een verloren strijd.
Vooral binnen de IT lijkt het soms een sport om iets zo ingewikkeld mogelijk op te schrijven. Dat gebeurt meestal niet uit kwade wil. Integendeel. We zijn zo gewend geraakt aan onze eigen taal dat we nauwelijks nog merken hoe onbegrijpelijk die voor anderen is. Vervolgens knikken we allemaal braaf “ja”, begrijpen het zogenaamd volledig en zetten zonder blikken of blozen onze handtekening onder een offerte waarvan niemand buiten het vakgebied echt weet wat erin staat.

Wat werd hier eigenlijk gezegd?
Ik heb de reactie oprecht geprobeerd te analyseren en te begrijpen. De oorspronkelijke tekst luidde als volgt:
“In veel bedrijven is de informatie- en communicatietechnologie wel ingericht. Echter operationeel informatiemanagement voorziet in de compliance van de organisatie die praktische kenmerken heeft: focus en doel, kernactiviteiten, drie niveaus van informatiemanagement, beroepspraktijk. Dit is het domein van de gebruikersorganisatie, de business, zelf en niet uitsluitend van IT. Denkbare rollen hierin zijn operationeel informatiemanager, procescoördinator en data-analist die zorgen voor echte optimalisatie met een langetermijnvisie. Het kan dan niet snel genoeg gaan.”
Na enig puzzelwerk kwam ik tot de conclusie dat de schrijver waarschijnlijk bedoelde dat operationeel informatiemanagement ervoor zorgt dat een organisatie in de dagelijkse praktijk voldoet aan wet- en regelgeving én dat de informatievoorziening goed aansluit op de manier waarop mensen hun werk doen.
Zelfs dat is voor veel mensen nog een flinke kluif. Daarom zou ik het zelf nog eenvoudiger opschrijven:
Operationeel informatiemanagement zorgt ervoor dat medewerkers elke dag met de juiste informatie en systemen kunnen werken, op een manier die past bij hun werk én volgens de geldende regels en afspraken.
Waarschijnlijk ben je nu wel mee in wat de schrijver wilde zeggen. Eigenlijk was het namelijk gewoon een goede aanvulling. Alleen is die door de wolligheid en het vakjargon een beetje om zeep geholpen. Dat is jammer, want een goed idee verdient een begrijpelijke verpakking.
We kunnen het wel, maar doen het niet
Afgelopen week las ik een interessant betoog van een advocaat. Hij vertelde dat zijn cliënten met behulp van AI tegenwoordig zelf verrassend goede verweerschriften kunnen schrijven. Zijn werk verschuift daardoor steeds meer naar het aanwijzen van wat er nog ontbreekt en het toevoegen van zijn juridische vakkennis. Wat er al staat, zit vaak prima in elkaar.
Dat zette mij aan het denken.
Blijkbaar zijn we uitstekend in staat om AI teksten te laten schrijven over vakgebieden waar we zelf nauwelijks iets van weten. Tegelijkertijd lijken we steeds minder goed in staat om zélf begrijpelijk uit te leggen waar we dagelijks mee bezig zijn. Alsof we een vertaler nodig hebben om onze eigen moedertaal weer terug te krijgen.
Dat is op zichzelf geen ramp. Er zijn ernstiger problemen. Toch zegt het wel iets. Blijkbaar begrijpen we elkaar steeds vaker pas nadat een taalmodel onze woorden heeft ontdaan van de afkortingen, managementtaal en zorgvuldig gekweekte vaktermen.
Nog één tandje erger
Uit nieuwsgierigheid vroeg ik vervolgens aan Mistral hoe het op dezelfde reactie zou antwoorden, maar dan nog een paar tandjes erger. Ik moest hard lachen om het resultaat.
“Binnen de dynamische context van hedendaagse organisatie-ecosystemen constateren wij een suboptimale alignering tussen de T-shaped ICT-infrastructuur en de agile operationele informatiegovernance. De low-hanging fruit inzake compliance en value proposition van het businessdomein, waarin stakeholder engagement en core competency centraal staan, vereist een holistische benadering op de triple layer, strategisch, tactisch en operationeel, van informatiemanagement.
De ownership hiervan ligt niet per se bij de IT-silo, maar bij de empowered gebruikersorganisatie, waar change agents als de Operationeel Informatiemanager, Proces Orchestrator en Data Alchemist disruptive innovation moeten driven via data-driven optimalisatie en een future-proof visie.”
Ik vermoed dat de schrijver van deze tekst zelf ook niet meer precies weet wat hij bedoelde. Maar het klinkt indrukwekkend. Dat dan weer wel.
Misschien is dit wel onze toekomst
Misschien wordt dit wel de toekomst van onze communicatie. Wij schrijven iets wat niemand begrijpt. AI vertaalt het naar gewone mensentaal. De ontvanger laat zijn antwoord vervolgens ook weer door AI schrijven. Uiteindelijk begrijpen twee taalmodellen elkaar uitstekend, terwijl de mensen tevreden achteroverleunen met het gevoel dat er een bijzonder vruchtbare gedachtewisseling heeft plaatsgevonden.
Ergens zit daar ook wel iets hoopvols in. AI dwingt ons namelijk ongemerkt terug naar de essentie. Goede communicatie draait niet om moeilijke woorden. Ze draait om begrepen worden.
Gewoon Nederlands is misschien wel de grootste innovatie
Misschien is dat wel de mooiste les van dit hele verhaal. Niet dat AI steeds slimmer wordt, maar dat wij weer mogen leren om gewoon Nederlands te schrijven. Juist nu taal steeds vaker de interface is, blijkt duidelijk Nederlands verrassend krachtig.




