We leven in een tijd waarin vrijwel alles sneller, slimmer en digitaler is geworden. Een bestelling wordt binnen enkele seconden verwerkt en een pakket is van minuut tot minuut te volgen.
Dat is indrukwekkend. Daar mogen we best even bij stilstaan.
Toch bekruipt me soms het gevoel dat we onderweg iets hebben ingeruild. Niet de techniek zelf, want daar blijf ik me over verwonderen. Wel de eenvoud. De ruimte om dingen gewoon te doen zonder eerst drie formulieren, vier controles en een handvol beleidsstukken tegen te komen.
Misschien hoort dat bij ouder worden. Misschien hoort het bij jarenlang werken in een wereld die steeds verder digitaliseert. Hoe dan ook merk ik dat ik steeds vaker de vraag stel wat automatisering ons nu werkelijk heeft gebracht.
De groeiende industrie van regels
Met alle wet- en regelgeving die inmiddels is ingevoerd en er nog aan zit te komen, heeft de overheid een enorm gedrocht opgetuigd dat onze administratieve last niet bepaald vermindert. Even snel geteld zijn er negen wetten met betrekking tot ons digitale landschap en een strategisch plan die ons moeten beschermen, maar ons ook opzadelen met een enorme berg papierwerk.
Neem daar de niet-digitale wetgeving en vergunningen bij en we kunnen er een paar mensen de hele dag mee bezig houden. Mensen die we ook als chauffeur in zouden kunnen zetten. Om dat alles een beetje in goede banen te leiden, huren we ook nog een legertje consultants in, want zoveel kennis heeft de gemiddelde ondernemer simpelweg niet zelf in huis.
Dat laatste is overigens geen verwijt aan consultants. Veel van hen leveren uitstekend werk. Toch blijft het opmerkelijk dat we automatiseren om efficiënter te worden en vervolgens complete beroepsgroepen nodig hebben om uit te leggen hoe we met die automatisering en regelgeving moeten omgaan.
Soms krijg ik de indruk dat we een machine hebben gebouwd die vooral bezig is zichzelf in stand te houden.
Oude software heeft geen tijdmachine
Ook het nadenken over privacy by design is een heel mooi streven wanneer je software opnieuw gaat ontwerpen en ontwikkelen, maar niet wanneer software al jaren geleden is ontwikkeld en die kennis niet zomaar in een nieuw systeem is onder te brengen. En voordat allerlei zelfbenoemde AI-goeroes hier een mening over hebben: nee, ook AI gaat dit nog niet voor ons oplossen.
Er bestaat tegenwoordig een bijna grenzeloos vertrouwen in kunstmatige intelligentie. Alsof een AI-model zonder moeite een systeem kan moderniseren dat twintig jaar geleden is gebouwd door mensen die inmiddels ergens anders werken, met pensioen zijn gegaan of zelf niet meer precies weten waarom bepaalde keuzes destijds zijn gemaakt.
De werkelijkheid is meestal iets minder spectaculair. Oude software verdwijnt niet omdat iemand er een slimme prompt tegenaan gooit. Technische schuld blijft gewoon bestaan, ook als we er een hippe naam aan geven.
Wat zeggen de cijfers eigenlijk?
De enorme economie die we rondom digitalisering hebben ontwikkeld, zorgt ervoor dat onze arbeidsproductiviteit met 33% is verbeterd. Nu wordt het wat lastiger, omdat het vogelen met cijfers vaak voer is voor lastige discussies, maar ik ga het wel doen.
De maakindustrie heeft de afgelopen dertig jaar enorme productiviteitswinsten geboekt door robotisering, CNC, ERP en procesautomatisering.
De dienstverlening heeft veel minder productiviteitsgroei gerealiseerd, ondanks grote investeringen in ICT.
Je zou dus kunnen stellen dat het aandeel dienstverlening steeds groter is geworden en dat ook de gemiddelde productiviteitsgroei van Nederland als geheel is gedaald.
De Nederlandse economie is steeds meer verschoven naar activiteiten waar menselijke arbeid relatief moeilijk te automatiseren is, zoals zorg, onderwijs, overheid, zakelijke dienstverlening, consultancy, compliance, administratie en management. Daardoor vertaalt automatisering zich minder sterk in nationale productiviteitscijfers dan vroeger in de industrie.
Dat is eigenlijk niet zo vreemd.
Een machine kan duizenden identieke onderdelen produceren zonder moe te worden. Een robot hoeft niet te overleggen, geen vakantie aan te vragen en heeft geen behoefte aan een goed gesprek bij het koffieapparaat.
Maar veel van het werk dat tegenwoordig een groot deel van onze economie vormt, draait juist om menselijke interactie. Een verpleegkundige die iemand geruststelt, een docent die een leerling motiveert of een chauffeur die onderweg een probleem oplost, doet werk dat zich niet eenvoudig laat automatiseren.
De nieuwe belofte
De nieuwe belofte die al deze cijfers gaat veranderen, is natuurlijk AI. En vergeet het autonoom rijden niet. Het is straks niet meer de chauffeur van PostNL die een pakket komt afleveren, maar een autonoom rijdende bus met een robot of een drone die je pakketje komt brengen.
Beetje gekheid natuurlijk, maar ik ben echt aan het zoeken naar een antwoord op de vraag of automatiseren ons financieel nu zoveel heeft gebracht. Zijn we echt effectiever gaan werken of blijven we hangen in een voorgeschotelde efficiëntie en een tekort aan chauffeurs omdat we nu eenmaal liever AI-goeroe of coach worden?
Dat is geen cynische vraag. Het is oprechte nieuwsgierigheid.
We hebben meer systemen, meer dashboards, meer rapportages en meer mogelijkheden dan ooit tevoren. Tegelijkertijd hoor ik in vrijwel iedere sector dezelfde geluiden. Er is een tekort aan mensen. Er is een tekort aan tijd. En er is een overvloed aan administratie.
Dat lijkt op zijn minst een interessant spanningsveld.
De menselijke maat
Misschien zit de echte winst van automatisering niet in steeds meer automatiseren, maar in het beter begrijpen van wat automatisering wel en niet kan oplossen.
Technologie is een hulpmiddel. Geen doel op zichzelf.
Ze kan processen versnellen, fouten verminderen en mensen ondersteunen. Maar ze neemt niet automatisch verantwoordelijkheid over. Ze vervangt geen gezond verstand en ze maakt ingewikkelde maatschappelijke vraagstukken niet vanzelf eenvoudig.
Maar goed, de komende week maak ik nog een nieuwe agent die me gaat helpen met de saaie klussen te automatiseren en bedank ik iedereen die automatiseert voor het mooie vak waarin ik mag werken. Aan onze overheid zou ik willen vragen om burgers als mensen te zien. Mensen die fouten maken en, ja, soms ook hele domme fouten met verstrekkende gevolgen. Maar ieder risico proberen af te dekken met een wet of een administratieve handeling werkt beknellend en zorgt ervoor dat we niet meer innovatief kunnen zijn op het niveau waarop dat nodig is.
Misschien is dat uiteindelijk de kern van het verhaal.
Niet ieder risico is uit te sluiten. Niet iedere fout is te voorkomen. En niet ieder probleem vraagt om een extra regel.
Soms levert vertrouwen meer op dan controle.
Soms werkt eenvoud beter dan complexiteit.
En soms bestaat echte vooruitgang uit iets heel eenvoudigs: technologie die mensen helpt om hun werk beter te doen, zonder dat zij daarbij vergeten worden.







