Soms kijk ik naar mijn eigen leven alsof ik naar iemand anders zit te kijken. Niet omdat het zo spectaculair is, maar omdat ik sommige hoofdstukken zelf ook niet had zien aankomen. Er zijn mensen die al op hun twaalfde weten wat ze later willen worden. Ik was vooral geïnteresseerd in wat er buiten vloog. Vogeltjes waren, eerlijk gezegd, een stuk interessanter dan de lesstof die zich binnen afspeelde. Dat leverde niet direct een schoolcarrière op waarvan docenten dachten: “Daar loopt een toekomstige masterstudent.”
En toch zit ik daar nu. Niet omdat iemand dat ooit voorspeld heeft, maar omdat nieuwsgierigheid een hardnekkige eigenschap blijkt te zijn.

Nieuwsgierigheid is een vreemde leermeester
Enorm bijzonder hoe een leven kan lopen. Daar waar ik vroeger vogeltjes belangrijker vond dan school en ik me in een gesprek niet altijd even goed kan uiten, blijk ik te kunnen leren op masterniveau. Die kwaliteit had ik mezelf nooit toegedicht. Cum laude zal het niet worden, maar zonder een hbo- of universitaire opleiding heb ik de eerste mastermodules afgerond met goede beoordelingen. Dat voelt nog steeds een beetje onwerkelijk.
Ik studeer niet om straks drie letters achter mijn naam te mogen zetten. Die letters veranderen namelijk weinig aan wie je bent. Ik ben begonnen omdat ik nieuwsgierig ben. Omdat ik het leuk vind om dieper te graven. Om niet tevreden te zijn met het eerste antwoord, maar ook eens te kijken naar de vraag achter de vraag.
Langzaam denken is ook denken
Dat was niet direct een talent dat mijn ouders of leraren vroeger voor mij zagen weggelegd. Ik ben namelijk geen snelle denker. In een gesprek geef ik weleens een antwoord dat anders overkomt dan ik bedoel. Terwijl de woorden nog onderweg zijn, is mijn hoofd eigenlijk nog bezig met het ordenen van de gedachte. Pas wanneer ik er rustig over na kan denken, ontstaat het antwoord dat ik eigenlijk had willen geven. Zo gaat het ook met studeren. Geef mij een vraag, wat tijd en een kop koffie, en er gebeurt iets heel anders dan wanneer ik direct moet reageren.
Dat is jarenlang best lastig geweest. Het doet namelijk iets met je gevoel van eigenwaarde en met je zelfvertrouwen. Als je regelmatig het idee hebt dat anderen sneller zijn, ga je vanzelf geloven dat sneller ook beter is. Misschien is dat wel een van de grootste misverstanden van deze tijd.
Een goed tentamencijfer geeft dan een enorme boost. Niet omdat zo’n cijfer bepaalt wie je bent, maar omdat het bevestigt dat er meerdere manieren zijn om tot een goed antwoord te komen. Ik zal er niet sneller door gaan denken. Dat verwacht ik ook niet meer. Eigenlijk vind ik dat steeds minder interessant.
De waarde van een goed gesprek
Wat ik wel kan, is in alle rust een goede motivatie geven om iets wel of juist niet te doen. Ik heb het vermogen om een complex probleem plat te slaan en in begrijpelijke taal uit te leggen hoe iets in elkaar zit. Niet om een directeur tevreden te stellen of een collega ergens enthousiast voor te maken, maar simpelweg om helder te maken hoe iets werkt en hoe we, gegeven de omstandigheden van dat moment, er het maximale uit kunnen halen.
Uiteraard doe ik dat met de kennis en ervaring die ik op dat moment heb. Daarmee deel ik nadrukkelijk geen waarheid. Er blijft altijd ruimte voor iemand die met goede argumenten laat zien dat het ook anders kan. Sterker nog, daar leer ik vaak het meest van.
Misschien is dat ook wel de grootste winst van deze studie. Niet de theorieën of de modellen, hoe interessant die ook zijn, maar het besef dat goede vragen vaak belangrijker zijn dan snelle antwoorden. Dat twijfel geen zwakte is, maar een uitnodiging om verder te kijken. Dat een overtuiging stevig kan zijn zonder in beton te worden gegoten.
Hoe ouder ik word, hoe minder behoefte ik heb aan mensen die overal direct een mening over hebben. Ik luister liever naar iemand die eerst probeert te begrijpen voordat hij begrepen wil worden. Dat blijkt overigens veel moeilijker dan het klinkt. Mijn vrouw zal ongetwijfeld voorbeelden kunnen noemen waarin ik daar zelf nog volop in oefen. Die voorbeelden hoeven hier niet allemaal op papier. Sommige dingen moet je ook een beetje gezellig houden.
Misschien niet de slimste, wel de meest begrijpelijke
Ik merk dat die manier van kijken ook doorwerkt in mijn werk. Ik hoef niet de slimste in de kamer te zijn. Dat scheelt, want meestal zit er wel iemand die slimmer is. Ik probeer liever degene te zijn die ingewikkelde dingen begrijpelijk maakt. Die mensen helpt om hetzelfde probleem vanuit verschillende kanten te bekijken. Soms betekent dat dat je een besluit ondersteunt. Soms betekent het dat je juist vraagt of we niet iets over het hoofd zien.
Dat is geen dwarsliggerij. Een trein heeft tenslotte ook weinig aan een dwarsligger die ontbreekt.
Verrast worden door jezelf
Terugkijkend verbaas ik me er vooral over hoe gemakkelijk een mens zichzelf jarenlang kan onderschatten. Niet omdat hij niets kan, maar omdat hij zichzelf afmeet aan een meetlat die niet bij hem past. De een denkt hardop. De ander denkt langzaam. De een is snel met antwoorden. De ander vindt later betere vragen.
Ik behoor duidelijk tot die laatste categorie. En misschien is dat helemaal niet zo erg.
Als ik iets geleerd heb, is het dat ontwikkeling niet stopt zodra je een diploma hebt gehaald. Nieuwsgierigheid kent geen pensioenleeftijd. Je hoeft niet voortdurend opnieuw te bewijzen wat je kunt. Het is al mooi genoeg om af en toe verrast te worden door wat je blijkbaar nog kunt leren.
Dat had die jongen die liever naar vogels keek dan naar het schoolbord waarschijnlijk ook niet geloofd.
Al zou hij tijdens dit hele verhaal ongetwijfeld even afgeleid zijn geweest door een roodborstje op de vensterbank. En eerlijk gezegd zou ik hem dat nog steeds niet kwalijk nemen.






