Er zijn van die dagen dat ik mijn software aankijk en denk “jij zit in de ontkenningsfase”. Alles wijst erop dat er iets mis is. De logs schreeuwen moord en brand, gebruikers bellen met lichte paniek in de stem en ergens in de database ligt een veld te rillen van onzekerheid. Maar de applicatie zelf? Die blijft stoïcijns volhouden dat er niets aan de hand is.
“Het ligt niet aan mij.”
Wie ooit een grote applicatie heeft beheerd, weet dat software soms verdacht veel menselijke trekjes vertoont. En hoe langer je ermee samenwerkt, hoe meer je haar leert kennen. Inclusief de karakterfouten.
De ontkenningsfase van software
In de psychologie is ontkenning een bekend fenomeen. Er is een probleem, maar het wordt niet erkend. In de IT bestaat dit ook. Alleen noemen we het daar een “issue” of een “hikje”. Dat klinkt vriendelijker.
Een applicatie die in de ontkenningsfase zit, laat geen foutmelding zien maar doet gewoon… niets. Een knop die beleefd blijft glimlachen terwijl er op de achtergrond een complete transactieketen is vastgelopen. Een rapportage die gisteren nog klopte en vandaag met droge ogen beweert dat nul ook een prima omzet is.
Het wonderlijke is dat software dit niet expres doet. Ze is simpelweg het product van menselijke aannames. En aannames zijn net als sokken in de was, er verdwijnt er altijd wel eentje.
Vermenselijken
We geven systemen namen. We spreken over “hij” of “zij”. We zeggen dat een applicatie “niet lekker draait” of “dwarsligt”. Dat is geen toeval.
Software is voor veel organisaties het kloppend hart. In een transportbedrijf bijvoorbeeld is het de stille regisseur achter routes, planningen, facturen en verwachtingen. Als dat hart overslaat, voelt dat persoonlijk. En wat persoonlijk voelt, krijgt menselijke eigenschappen.
De vermenselijking van software is ergens ook een vorm van betrokkenheid. We bouwen geen anonieme codeblokken, we bouwen digitale collega’s. Ze werken 24 uur per dag, klagen nooit over de koffie en nemen zelden vakantie. Totdat ze in staking gaan, meestal op maandagochtend rond kwart over acht.
De vijf fasen van rouw
Wanneer een systeem zich vreemd gedraagt, doorlopen wij als bouwers vaak een eigen proces.
Eerst is er ontkenning. Dit kan niet waar zijn. De testomgeving draaide perfect. Daarna volgt lichte irritatie. Wie heeft hier iets aangepast? Dan komt het onderhandelen. Als ik deze service herstart, komt het vast goed. Vervolgens de berusting. Het probleem zit dieper. En tenslotte acceptatie. We moeten terug naar de tekentafel.
Het mooie is dat software ons dwingt tot nederigheid. Code is genadeloos eerlijk. Ze doet precies wat je haar opdraagt, niet wat je bedoelt. Wie ooit dacht slim te zijn met een snelle workaround, wordt maanden later ingehaald door zijn eigen creativiteit.
Ontkenning als technisch schuldgevoel
Software in de ontkenningsfase is vaak een spiegel. Ergens hebben we iets aangenomen dat niet klopt. Een gebruiker die altijd een waarde invult. Een koppeling die “altijd beschikbaar” is. Een proces dat “nooit verandert”.
De realiteit is weerbarstig. Mensen vullen velden leeg in. Externe systemen hebben ook hun maandagochtenden. Processen veranderen sneller dan documentatie kan bijhouden.
Ontkenning in software is dus zelden kwaadaardig. Het is uitgestelde verantwoordelijkheid. En verantwoordelijkheid is een woord dat in de IT soms onder druk staat, zeker wanneer deadlines harder lopen dan het gezond verstand.
Eerlijkheid
Er is iets moois aan software die haar fouten durft toe te geven. Een duidelijke melding, een nette logging, een proces dat stopt in plaats van stilletjes verkeerde data door te schuiven. Dat voelt bijna als karakter.
Eerlijkheid in code betekent dat je rekening houdt met het onverwachte. Dat je niet alleen bouwt voor de ideale gebruiker, maar ook voor de vermoeide chauffeur die om half zes ’s ochtends per ongeluk een extra spatie invoert. Dat je nadenkt over gevolgen, niet alleen over functionaliteit.
Goede software is niet foutloos. Ze is transparant over haar fouten.
De verleiding van overmatige optimalisatie
Er is nog een andere menselijke trek die software kan krijgen: de neiging om alles efficiënter, sneller en goedkoper te maken. Meer features, minder tijd. Meer automatisering, minder reflectie.
Daar sluipt soms een vorm van overmatige commercialisering in. Alles moet schaalbaar, disruptief en toekomstbestendig zijn. Intussen vergeten we dat software in de kern een hulpmiddel is voor mensen.
Wanneer systemen alleen nog worden beoordeeld op kostenbesparing en snelheid, verliezen ze hun menselijke maat. Dan ontstaat er afstand. Gebruikers voelen zich niet gehoord en ontwikkelaars voelen zich uitvoerders in plaats van ambachtslieden.
En precies daar begint ontkenning weer. Niet alleen in de code, maar in de cultuur.
Luisteren naar je software
Het klinkt wat zweverig, maar software vertelt je veel als je bereid bent te luisteren. Niet alleen via monitoring en dashboards, maar ook via de vragen van gebruikers. Waar loopt men vast? Welke handelingen voelen onnatuurlijk? Waar wordt omheen gewerkt?
Workarounds zijn de fluisterstemmen van een systeem in nood. Ze zeggen: hier klopt iets niet.
Luisteren is in de IT net zo goed een morele praktijk als in het dagelijks leven. Het vraagt aandacht, geduld en de bereidheid om toe te geven dat je het niet altijd bij het rechte eind had.
Duurzame software bestaat echt
Duurzaamheid gaat niet alleen over energieverbruik of datacenters. Het gaat ook over onderhoudbaarheid. Over code die over tien jaar nog te begrijpen is. Over keuzes die niet alleen vandaag, maar ook morgen verdedigbaar zijn.
Software die in de ontkenningsfase blijft hangen, slijt snel. Ze wordt complexer, ondoorzichtiger en kwetsbaarder. Software die eerlijk mag falen en duidelijk communiceert, groeit rustiger. Die is minder spectaculair, maar betrouwbaarder.
En betrouwbaarheid is uiteindelijk wat organisaties nodig hebben. Geen heroïsche reddingsacties om middernacht, maar systemen die gewoon doen wat ze moeten doen. Zonder drama.
En als een applicatie dan toch weer eens eigenwijs volhoudt dat alles prima werkt terwijl de werkelijkheid anders zegt, dan glimlach ik even. Blijkbaar heeft ze iets van haar bouwer meegekregen. Gelukkig kunnen we samen nog groeien.




